Het woord voor kantoor in het Engels is office. Dat is de meest gebruikte vertaling, zowel voor een werkruimte thuis als voor een bedrijfskantoor. Maar rondom het thema kantoor in het Engels zijn er nog veel meer woorden die je regelmatig tegenkomt, van vergaderruimte tot bureau en van receptie tot werkplek.
Office, workplace of workspace: wat is het verschil?
In het Engels zijn er meerdere woorden die lijken op “kantoor”, maar ze betekenen net iets anders. Het is handig om te weten wanneer je welk woord gebruikt.
Office is de algemene term voor een kantoor of kantoorruimte. Je gebruikt dit woord als je het hebt over de plek waar mensen werken, of dat nu een heel gebouw is of een kleine kamer.
Workplace betekent letterlijk “werkplek” of “werkomgeving”. Dit woord gaat meer over de omgeving in het algemeen, niet één specifieke ruimte. Je hoort het vaak in zinnen als “a safe workplace” (een veilige werkomgeving).
Workspace lijkt op workplace, maar verwijst vaker naar de fysieke ruimte waar iemand werkt. Denk aan een bureau of een gedeelde werkruimte, zoals een coworking space.
Veelgebruikte kantoorwoorden in het Engels
Als je in een Engelstalige omgeving werkt, kom je snel een hoop woorden tegen die je misschien niet meteen kent. Hieronder staan de meest voorkomende kantoorwoorden met hun Nederlandse vertaling.
- Office – kantoor
- Desk – bureau (het meubel)
- Chair – stoel
- Meeting room – vergaderruimte
- Conference room – vergaderzaal
- Reception – receptie
- Break room – pauzeruimte
- Open-plan office – kantoortuin
- Home office – thuiskantoor
- Cubicle – werkhokje of afgeschermde werkplek
- Printer – printer
- Stationery – kantoorbenodigdheden
- Filing cabinet – archieflast of ladekast
- Whiteboard – whiteboard
- Colleague – collega
Kantoor in zakelijk Engels: handige zinnen
Woorden kennen is één ding, maar ze ook in een zin kunnen gebruiken is een stuk praktischer. Hieronder staan een paar veelgebruikte zinnen in een kantooromgeving.
“I work at the office” betekent “ik werk op kantoor”. Wil je zeggen dat je vanuit huis werkt, dan zeg je “I work from home” of “I work from my home office”.
“Let’s schedule a meeting” betekent “laten we een vergadering inplannen”. Dit hoor je veel in Engelstalige zakelijke gesprekken.
“Can you send me the file?” betekent “kun je me het bestand sturen?” Dit is een heel gewone zin op de werkvloer.
“I’ll be in the office tomorrow” betekent “ik ben morgen op kantoor”. Handig als je collega’s laat weten wanneer je er bent.
Hoe zeg je thuiswerken en hybride werken in het Engels?
Thuiswerken zeg je in het Engels “working from home”, afgekort als WFH. Deze afkorting zie je veel in berichten en e-mails. Een thuiskantoor noem je een “home office”.
Hybride werken heet “hybrid working” of “hybrid work”. Dit betekent dat iemand soms op kantoor werkt en soms thuis. “Flexible working” is een bredere term voor alle vormen van flexibel werken.
Een gedeelde werkplek, zoals bij een coworking-ruimte, noem je een “hot desk” als je geen vaste plek hebt. “Hot desking” is het systeem waarbij mensen elke dag een andere werkplek pakken.
Engelse woorden op het kantoor die je misschien niet herkent
Sommige Engelse kantoorwoorden zijn wat minder bekend, maar kom je toch regelmatig tegen.
Cubicle is een afgeschermde werkplek in een grote kantoorruimte. In Nederland minder gebruikelijk, maar in Amerika heel gewoon.
Stationery klinkt als “stationary” (stilstaand), maar betekent kantoorbenodigdheden zoals pennen, papier en plakband. Let op de spelling als je dit woord opzoekt.
Minutes betekent in een kantooromgeving “notulen” en niet alleen “minuten”. “Can you take the minutes?” betekent dus “kun jij de notulen maken?”
CC en BCC in e-mails staan voor “carbon copy” en “blind carbon copy”. In het Nederlands zeg je ook gewoon CC en BCC, maar het is goed om te weten waar de afkortingen vandaan komen.
Snel opzoeken: kantoor in het Engels op een rij
Wil je snel een kantoorwoord opzoeken, gebruik dan een betrouwbaar woordenboek zoals Van Dale of de online tool DeepL. Die vertalen niet alleen losse woorden, maar ook zinnen in de juiste context. Zo zie je meteen of “office” of “workspace” beter past in jouw situatie.
Kantoorjargon in het Engels leer je het snelst door het gewoon te gebruiken. Stel e-mails op in het Engels, oefen met veelgebruikte zinnen en kijk op zijn tijd een Engelstalige serie of film die zich op een kantoor afspeelt. Voor je het weet, rolt “Let’s take this offline” er moeiteloos uit.
Veelgestelde vragen
Wat is de vertaling van kantoor in het Engels?
Kantoor in het Engels is “office”. Dit is de meest gebruikte en algemene vertaling, zowel voor een kantoorruimte in een gebouw als voor een thuiskantoor.
Hoe zeg je “op kantoor werken” in het Engels?
Op kantoor werken zeg je in het Engels “working at the office” of “working in the office”. Als je vanuit huis werkt, zeg je “working from home”.
Wat betekent “open-plan office” in het Nederlands?
Een open-plan office is een kantoortuin: een grote, open ruimte waar meerdere mensen zonder tussenmuren naast elkaar werken.
Wat is het verschil tussen “office” en “desk” in het Engels?
Office betekent kantoor, dus de ruimte of het gebouw waar je werkt. Desk betekent bureau, het meubelstuk waaraan je zit. Het zijn twee verschillende dingen, ook al worden ze in het Nederlands soms door elkaar gebruikt.
Hoe zeg je “vergaderruimte” in het Engels?
Vergaderruimte zeg je in het Engels “meeting room”. Een grotere zaal voor presentaties of grotere bijeenkomsten heet een “conference room”.
